Basisprincipes/essenties

De tien essenties maken de focus van ons Kindcentrum duidelijk:

“We willen ondernemende mensen, die kunnen plannen en samenwerken, mensen die iets kunnen creëren en dat kunnen presenteren. Ze moeten na kunnen denken over hun inbreng, kunnen reflecteren en ze moeten verantwoordelijkheid kunnen dragen.”

De essenties worden doelbewust geïntergreerd in de dagelijkse bezigheden op het Kindcentrum. Elke essentie is uitgewerkt in een aantal kenmerken die stamgroepleiders helpen bij het inrichten van het jenaplanonderwijs en helpen vast te stellen in hoeverre kinderen deze essenties hebben ontwikkeld.

Ondernemen

‘jouw initiatief is welkom’
  • initiatief nemen, zaken aan de orde stellen, met voorstellen komen
  • uitproberen, origineel kiezen
  • kwaliteiten effectief inzetten
  • ambities tonen, er in geloven, doorzetten
  • doelbewust handelen
  • informatiebronnen aanboren

Plannen

‘durf te dromen’
  • weten hoe een periode (les, dag, week) is opgebouwd
  • kunnen vertellen wat er van je verwacht wordt
  • spullen snel en goed verzamelen
  • dingen in de goede volgorde doen
  • eigen leerdoelen kunnen bepalen
  • een dag kunnen plannen
  • een langere periode zelfverantwoordelijk plannen

Samenwerken

‘samen kunnen we meer’
  • delen met anderen
  • aandachtig luisteren en verschil van mening respecteren
  • sociaal bewust zijn
  • aanwijzingen volgen en geven
  • aanbieden anderen te helpen
  • respect voor school- en groepsregels

Creëren

‘alles is mogelijk’
  • onderzoeken, dingen uit elkaar halen
  • alles willen weten, vragen stellen
  • snel originele ideeën hebben, niet tevreden met gewoon doorzetten
  • het beste uit jezelf halen
  • makkelijk overschakelen naar ander gezichtspunt
  • makkelijk voortborduren op ideeën van anderen.

Presenteren

‘laat zien wie je bent’
  • durf, originaliteit en passie tonen
  • natuurlijke authentieke houding
  • contact met de toehoorders- centrale plek
  • gebruik van(grote) gebaren
  • goede articulatie, stemvolume, spreektempo, dynamiek
  • goed taalgebruik
  • goede verzorging

Reflecteren

‘wat is jouw wens, waar word jij blij van?’
  • laten zien wat er geleerd is
  • feedback vragen en geven (tips en tops)
  • vertellen hoe het anders had gekund
  • aanpak evalueren en consequenties aan verbinden
  • werk nakijken, beoordelen en gevolgen trekken
  • beargumenteren waarom je doet wat je doet
  • portfolio’s samenstellen, eigen ontwikkeling presenteren.

Verantwoorden

‘hoe vind je het effect van wat je gedaan hebt?’
  • kunnen vertellen waarom je wat hebt gedaan
  • spullen opruimen
  • voor jezelf en voor anderen zorgen
  • zelf om uitleg vragen
  • willen meepraten en beslissen
  • consequenties overzien van handelen
  • initiatieven nemen om dingen te verbeteren

Zorgen voor

‘wij helpen elkaar’
  • zorgen voor jezelf
  • zorgen voor anderen
  • zorg hebben voor materialen waar je gebruik van maakt in de school
  • binnen m.n. de tafelgroep hulp bieden
  • het op orde houden van eigen werkplek, die van de tafelgroep, de schoolwoonkamer, werkruimtes van de school en van de directe schoolomgeving
  • zorgen voor planten en dieren

Communiceren

‘jouw mening telt’
  • actief luisteren
  • nadruk leggen op dialoog en niet op discussie/tweerichtingsverkeer
  • je voor de ander openstellen
  • leren van verdraagzaamheid: geduld
  • gedachten onder woorden leren brengen zodat anderen die begrijpen
  • ontwikkelen van een goed zelfbeeld
  • kritisch leren staan t.o.v. verstrekte informatie
  • kunnen genieten van wat anderen inbrengen

Respecteren

‘zijn wie je bent’
  • rekening leren houden met gevoelens van anderen: inclusief leren denken/ empathie
  • terughoudend leren zijn met oordelen

Je